Maakt een zeiltripje naar Engeland.

"Belofte maakt schuld" luidt het gezegde.

Reeds vele jaren heb ik mijn Engelse vrienden belooft: Als de wind gunstig is, zeil ik naar Londen en kom jullie opzoeken.
Echter telkens weer blijk ik om duistere redenen ergens anders naar toe te zeilen. Dit ondanks het feit dat het mijn dierbare oude vrienden zijn uit een ver verleden.
Dit jaar 2009 bleek de wind echter bij aanvang van mijn vakantie regelmatig in de N en NE te zitten en was er derhalve geen excuus meer om het bezoek uit te stellen.
Startend, uiteraard, vanuit Delfzijl en onderweg via diverse ankerplaatsen aangezien ik alléén  zeil, de Nederlandse kust afgezakt naar Zeeland waar ik ooit in een grijs verleden met mijn vorige boot voor de laatste keer was geweest.

In de Roompotmarina werd mij gevraagd of ik hier al eens eerder was geweest. Tegenwoordig worden je gegevens namelijk opgeslagen in de computer en blijven daar tot in lengte van jaren in zitten. Op mijn antwoord dat ik hier tijdens mijn laatste bezoek aan de Oosterschelde nog ongehinderd naar binnen kon zeilen aangezien de Oosterscheldedam nog niet eens was gebouwd, had men wel in de gaten dat dit vele jaren geleden was!
Daarna verder afgezakt naar Breskens en Blankenberge. Blankenberge heeft een goede beschutte haven en is gelukkig niet zo'n kolossale moderne jachthaven.

Op dinsdag 30 juni vanuit Blankenberge de oversteek gemaakt naar de ingang van Theems.

Helaas; na een paar uur varen raak ik in potdichte mist. Aangezien hier vele ferrys de oversteek maken naar Engeland én de diverse verkeersscheidingstelsels is het hier een drukte van belang. Tientallen echos van schepen op de radar doch welgeteld slechts één groot containerschip vlakbij passerend gezien met blote ogen. Leuk is anders!
Echter veel plezier gehad van mij AIS systeem omdat ik nu eventueel in staat ben kruisende schepen bij naam op te roepen en te vragen of ze mij op hun veel betere radar zien. Bij de noordelijke kruising van het stelsel liggen tientallen schepen ten anker. Ze waren alleen op de radar te zien doch je kon de uitlaat ruiken tijdens mijn passage. Tengevolge van de crisis liggen ze hier te wachten op betere tijden.

's Avonds tegen de schemering loop ik de ingang van het Theems gebied binnen en krijg ik helaas tegenstroom. Het zicht is dan echter iets beter geworden en bedraagt nu een 0,25'. Tegen de stroom in varen heeft voor mij geen enkele zin en het anker gaat erin bij de oude wachttorens de Red Sands daterend uit de Tweede wereldoorlog.
De Red Sand Forts zijn een serie van zeven onderling verbonden forten op een zandbank in de Theems estuarium. Ze dienden om het estuarium van de Theems te verdedigen tegen Duitse bommenwerpers en Schnellbote en om de opbouw van konvooien te beschermen. Elke serie bestond uit een toren met Bofors-kanonnen. Vier torens met lichtere kanonnen, een toren met een zoeklicht en een controletoren. Ze bevinden zich 30 meter boven de zeespiegel.
Het blijkt dat in Engeland de milieubeweging ook al voet aan de grond heeft gekregen want er worden diverse grote windfarms in zee gebouwd. Dat deze grote molens de horizon sterk vervuilen mag duidelijk zijn. Bovendien is het hele gebied verboden doorvaart.


Op 1 juli kan ik een mooring oppikken in Queenborough. Gelukkig kan het havengeld betaald worden met Euros want ik heb helaas geen Engelse Ponden over van een vorige trip.
De rivier de Theems is zo'n 45' lang en het eerste stuk is weinig interessant. Aan beide oevers veel industrie en veel olie opslag etc. Verder staat er een sterke stroming en zijn de getijden tot ver ná de Tower Bridge nog duidelijk merkbaar. Als zeiler moet je daar absoluut rekening mee houden. Als ik daar ben is het tijverschil plm. 5,50 mtr. bij de Tower Bridge.
Halverwege de Theems ga ik bij Gravesend door een minuscuul klein sluisje in een groot dok liggen.
Ik vraag me af waarom er hier zo'n groot dok is waar zéér weinig water staat.

Tarka ligt muurvast in de modder en moet met veel geweld weer worden losgetrokken bij het vertrek. Ik ontdek echter, dat hier vroeger een kanaal is geweest van Chatham naar Gravesend. Thames Barges vervoerden kruit en wapens via dit kanaal, men had dan namelijk geen problemen met het tij. Men verzamelde zich dan hier en wachtten op het juiste tij op de Theems om het dok te verlaten naar Tilbury aan de overzijde van de Theems. Kruit en wapens werden gebruikt ter verdediging van Londen. Jaren geleden werd het kanaal, zoals wel meer gebruikelijk, gedempt. Tegenwoordig zijn er weer vage plannen het kanaal te herstellen voor de recreatievaart.

In de plaatselijke jachtclub een heerlijk biertje gedronken en tevens gevraagd of ik de volgende dag een mooring kan oppikken zodat ik met de vloed de Theems verder op kan zeilen. Dat is gelukkig geen probleem. Verder blijkt er de volgende dag een groot feest te zijn met een optreden van een rockband met gigantische speakers! Niet echt mijn smaak en ik wil dus wel weg.

.Op 4 juli verder met de stroom mee de Theems op naar Londen. Na het passeren van de Thames Barrier zijn er gelukkig nog enige historische gebouwen langs de oevers gespaard gebleven van de sloop. De Thames Barrier beschermd Londen tegen hoog tij vanuit de Noordzee en is gebouwd tussen 1974 en 1984. In grootte de tweede in de wereld na de Oosterscheldekering in Nederland.
De oude docks die ik nog kende uit mijn periode in Engeland zijn inmiddels verbouwd tot luxe appartementen.




Vlak voor de beroemde Tower Bridge ligt het oude St.Katharine Dock waar ik via een sluis kan aanmeren.
 Hier blijf ik een week liggen, iets dat ik zelden doe.

St.Katharine Dock was een commercieel havendok aan de noordzijde van Londen en ten oosten van de Tower Bridge in het gebied de Docklands. Tegenwoordig een populair woon- en recreatiegebied. De naam is afkomstig van een voormalig ziekenhuis uit de 12e eeuw. In 1825 werd besloten het gebied te ontwikkelen voor industrie en havenactiviteiten op basis van een plan van ingenieur Thomas Telford. Het bleek echter geen commercieel succes. In de Tweede Wereldoorlog werd het dok zwaar beschadigd door Duitse bombardementen. In 1968 werd het verkocht en in de jaren zeventig opgeknapt en als jachthaven gebruikt.
De organisatie is uitstekend en je ligt er prachtig vlakbij het centrum en al het openbaar vervoer.




Mijn Engelse vrienden gebeld en met hun diverse malen op stap geweest in Londen en oude herinneringen opgehaald.
Eén der dingen dat ik absoluut wilde bekijken tijdens mijn bezoek aan Londen waren de,tenminste voor de zeevaarders, beroemde Harrison klokken. Zoals bekend was het voor de zeelui vele eeuwen vrijwel onmogelijk om de juiste lengtegraad te bepalen.Het bepalen van de breedtegraad was reeds lang bekend en vrij simpel. Veel zeezeilers bepaalden, vóór de komst van de GPS ,  middels het sextant uitsluitend de juiste breedtegraad bij het oversteken van oceanen. Men zeilde dan heel bewust bijv. ten oosten van de aan te lopen haven en bij  het bereiken van de juiste breedtegraad zeilde men dan op die breedte naar het westen. Ook de oude zeilvaart bepaalde haar positie middels middagbreedte, gevaren koers en gemiddelde snelheid. Er werd dus uitsluitend gevaren op een gegist bestek.
Vele grote scheepsrampen met duizenden slachtoffers werden veroorzaakt doordat men niet in staat was de juiste lengtegraad en daarmede de positie te bepalen. Denk daarbij aan de beruchte Scilly Eilanden, Lands End in Engeland of aan de Australische westkust.
John Harrison, geboren rond 24 maart 1693, was de eerste eenvoudige klokkenmaker die in staat bleek een instrument te vervaardigen dat altijd de juiste tijd aangaf, zélfs op zee. Een, voor die tijd, ongehoorde prestatie. Het Engelse parlement loofde, naar aanleiding van een grote scheepsramp bij de Scilly eilanden, een beloning uit van 20.000 pond, in de huidige tijd  plm.  EUR 3.520.000,= ,  aan diegene die een betrouwbare methode zou vinden voor het bepalen van de lengtegraad. De meest fantastische en onbruikbare ideeën werden geopperd. Harrison echter beredeneerde dat de juiste lengtegraad kon worden berekend door het tijdverschil tussen de lokale tijd en de Greenwichtijd. Echter daartoe was een nauwkeurig lopende klok vereist.
Hij ontwikkelde een chronometer die onafhankelijk van omgevingstemperatuur, vochtigheid, luchtdruk en de slingerbeweging van het schip zeer accuraat de tijd aangaf. 
Na vele jaren touwtrekken, zoals blijkbaar gebruikelijk bij overheden, kon hij, drie jaar voor zijn overlijden, in 1773 eindelijk de welverdiende prijs in ontvangst nemen.
Hij werd de vader van de moderne navigatie op zee aangezien nu een écht betrouwbare  positie kon worden bepaald.

Sinds mijn laatste bezoek aan Londen zijn er vele nieuwe, voornamelijk prestigieuze bankgebouwen, verrezen. Nadat je de Thames Barrier hebt gepasseerd ontvouwd zich de skyline van Londen eerst volledig.
Een heel opvallend gebouw is de zogenaamde Gurkin ofwel de augurk. Eveneens een uiterst modern bankgebouw.

Verder wilde ik heel graag het Science Museum bezichtigen. Een museum volgestouwd met de meest uiteenlopende technische zaken. Van stoommachines tot ultra moderne dingen uit de racewereld. Tevens een zeer uitgebreide collectie betreffende alle aspecten van de zeevaart. Je verslijt je benen in het grote museum maar het is zeker de moeite waard. Je kunt er dagen rondzwerven en dan nog heb je niet alles gezien.



Hoewel mijn Engelse vrienden steen en been klagen over het gedaalde Pond Sterling ben ik blij dat het Pond t.o.v. de Euro sterk is gedaald. Liggelden in Engeland zijn nog steeds erg hoog en een plaatsje als in het St.Katharine Dock is zeker niet goedkoop, maar absoluut de moeite waard. Op 11 juli reken ik af met de havenautoriteiten en vertrek naar een fraaie ankerplaats in de buurt van Chatham.En zowaar komt er nog een andere Nicholson 31 in de buurt ten anker.

In Burham on Crouch verlaat ik na enige dagen mijn ankerplaats wegens zeer harde wind en het enorme slingeren op wind en stroom en zoek een haven op. Dat is zeker geen teleurstelling want ze hebben een gezellige pub waar ze een heerlijke pint koele Guinness schenken, waar ik uiteraard dankbaar gebruik van maak.

In Brightlingsea aan de rivier the Colne heeft de moderne commercie helaas ook reeds toegeslagen. Diverse oude panden zijn opgeofferd aan moderne seasite-resorts die momenteel echter niet zijn te verkopen. Prijzen belopen rond de  £ 240.000. Er wordt nu alleen nog maar gebouwd als er een appartement is verkocht. Maar het is een fraai zeilgebied waar uitstekend kan worden geankerd.



 Er liggen diverse prachtig gerestaureerde oude vissersboten in dit gebied.
Ze zijn veelal in Colchester geregistreerd.
Na de rivier de Stour bij Harwich ga ik naar de fraaie rivier de Orwell met de voor zeilers beroemde Pinmill.  In dit gebied varen en liggen nog diverse oude Thames Barges met hun karakteristieke sprietzeiltuigage. De boom werd tevens gebruikt voor het laden en lossen van de sterk variërende lading. De Thames Barges hadden een lengte van 25  30mtr. en waren plm.6 mtr. breed. Ze hadden een vlakke bodem en waren uitermate geschikt om in de Theems delta en de ondiepe rivieren
goederen te vervoeren. De Barges voerden zo'n 300 tot 500 m2 zeil. Het kleine druiltje op de korte mast achter diende om het schip beter en gemakkelijker bestuurbaar te maken. Deze schepen werden veelal door slechts een schipper en één jongen gevaren en voeren langs de gehele kust. Ondanks hun lompe uiterlijk konden ze onder goede condities zo'n 12 knopen snelheid halen.


De oude pub The Butt & Oyster is onder Engeland zeilers algemeen bekend en een must om te bezoeken.
Er wordt daar uitstekend Barfood geserveerd en uiteraard een koele Guinness. In de buurt is via een wandeling door de velden in een klein dorpje de noodzakelijke aanvulling op de proviand te verkrijgen.
Diverse malen ga ik dan ook met de bijboot naar de wal om ofwel van een biertje te genieten danwel een wandeling te maken. Het is een waar genoegen om hier enige dagen in alle rust achter een mooring te hangen.


Grote vrachtschepen slingeren zich vlakbij door de geul tussen de honderden aan een mooring  liggende zeiljachten op weg naar Ipswich.
Bij de ingang van de rivier de Deben moet ik enige uren ten anker en wachten tot er voldoende water staat om over de drempel naar binnen te gaan. De rivier ligt bezaaid met moorings en via de havenmeester, die aan boord van zijn bootje is, kan ik voor enige dagen een mooring oppikken, wel zo gemakkelijk. De Deben is een mooie kronkelende rivier met interessante oevers met fraaie uitzichten. Her en der kun je met je bijbootje naar de wal voor een wandeling of een bezoek aan de overal aanwezige pubs.


Helaas moet er stevig geroeid worden want ik ben zo dom geweest de beugel voor de buitenboordmotor te vergeten. Enfin, goed voor de spieren moet je maar denken. Een bezoek aan de rivier de Ore laat ik maar voor wat het is. Die bezoek ik nog wel eens een volgende keer, hoewel Aldeburgh een leuke plaats moet zijn om vanaf het water te bekijken. Enfin, het loopt niet weg.

Southwold
heeft in de loop der jaren zijn ouderwetse charme gelukkig nog steeds bewaard. Geen prachtige drijvende steigers met water en elektra doch gewoon vastmaken met hele lange lijnen aan de vaste steiger.Na het verplichtte aanroepen van de havenmeester om de huidige ligging van de wandelende grindbank voor de ingang te vernemen loop ik hier op 28 juli binnen. Vanwege het achterliggende grote meer, dat met de eb een flink deel van zijn water door de rivier de Blyth naar zee spoelt, staat hier altijd een sterke stroming. Aan te bevelen is het derhalve om halverwege de vloed naar binnen te lopen, op het smalle riviertje te keren en dan met de kop in de stroom voorzichtig af te meren tussen  de veel grotere zeiljachten. De huidige ingang is gegraven in 1590 en het is voornamelijk een vissershaventje. Zoals ook Nederland zwaar te lijden had van de stormvloed in 1953 heeft diezelfde storm het haventje van Southwold evenmin gespaard. Het water stond tot de eerste verdieping in de lokale pub, clubgebouw en de huizen rondom de haven.

Over de rivier de Blyth functioneert sinds 1920 een roeiboot ferry welke nog steeds door dezelfde familie wordt gerund. Op dit moment werkt de dochter van de familie zich dagelijks in het zweet om de vele toeristen per handkracht de rivier over te roeien.  Ze doet dit overigens samen met drie vriendinnen aangezien ze zelf ook nog een dochtertje heeft. De prijs van het overzetten staat vermeld op het bord en is voor honden gratis.


In Southwold wil ik gunstig weer afwachten om de Noordzee weer over te steken naar den Helder. De havenmeester blijkt trouwens nog enige jaren te hebben gewerkt in Nederland.

Het nabij gelegen plaatsje is lopend door de velden gemakkelijk te bereiken en heeft diverse voorzieningen. Kortom; een schilderachtig plaatsje.
Een oud visserman is bezig zijn houten vissersboot te restaureren en verkoopt allerlei aan hem geschonken spulletjes zodat hij weer hout kan aanschaffen voor zijn restauratiewerk. Ik schenk hem een hele stapel reeds gelezen Engelse boeken waar hij erg blij mee is. Volgens de havenmeester komt hij echter nimmer klaar met zijn werk.
Volgens de berichten zal het op 31 juli goed weer zijn en ik vertrek dan ook op het laatste puntje van de vloed zodat ik me gemakkelijk alleen kan redden met het loskomen van de steiger. Het is dit keer gelukkig prachtig helder weer om de oversteek te maken. Buiten de haven tel ik zo'n veertig grote olietankers. Ze liggen allemaal hoog op het water en zijn derhalve leeg. Allemaal wachten op betere tijden.

Tijdens de nacht vlakbij de VTS stelsels bij den Helder verbaas ik mij over enige schepen die wel een rood licht voeren doch totaal geen snelheid lopen. Het blijken echter geen schepen te zijn doch grote ten anker liggende vlotten waaraan lange kettingen zijn bevestigd voor de mosselcultuur. Ook valt het op dat vooral de containerschepen niet hun gebruikelijke 20 -22 knopen lopen doch slechts rond de 15. Dit kennelijk allemaal om brandstof te besparen.

Hoog aan de wind zeilend loop ik op 1 augustus het Marsdiep bij den Helder op en dan blijkt dat de haven van Texel wegens de vakantie uitpuilt van de jachten. Dat is niets voor mij en ik ga een tijdje voor de haveningang ten anker en wacht op de ebstroom en dan maar naar den Helder, door de sluis en aangemeerd in het Nieuwe Diep waar ik een paar dagen blijf. Op het fietsje naar Fort Kijkduin om dat ook eens te bekijken.

5 Augustus lig ik ten anker bij Vlieland en tel tegen de 80 ten anker liggende jachten. Uiteraard is de haven van Vlieland boordevol en gesloten. Ik probeer dat ook niet eens want ik ga daar altijd ten anker. Destijds hoorde ik een Duitser in Greetsiel zeggen: Als je het rustig wilt hebben moet je tegenwoordig héél ver weg gaan en de man heeft helaas  gelijk.Ten anker bij Ameland en Schiermonnikoog en dan nog een paar dagen in de uitermate gammele Jachthaven van Borkum dat de naam jachthaven niet verdiend. De situatie in de Burkana haven, waar ik anders altijd lig, is mij volkomen onduidelijk. Er blijkt een hevige strijd gaande tussen allerlei instanties en bedrijven en ik laat het voor wat het is.

Op 11 augustus lig ik dan weer in de vertrouwde omgeving van Abel Tasman.
Een heel leuke reis gehad en ruim 820' afgelegd.


Noordlaren 2009,   Alphons Bodewes

Jaarboek 2010 van Abel Tasman:  "De Kompasroos"